Executieve functies: een overzichtsartikel
Building the Brain’s “Air Traffic Control” System: How Early Experiences Shape the Development of Executive Function
Center on the Developing Child van Harvard University
Te vinden op: Building the Brain's "Air Traffic Control" System: How Early Experiences Shape the Development of Executive Function
Samenvatting
In dit overzichtsartikel van Center on the Developing Child (Harvard, 2011) wordt ingegaan op de vraag wat executieve functies (EF) zijn en hoe vroege ervaringen de ontwikkeling ervan beïnvloeden. Vanuit een vergelijking met een vliegverkeerscentrum wordt aangeduid hoe we leren informatie te verwerken en doelgerichte acties uit te voeren, onderweg bij te stellen zonder onnodig afgeleid te worden, en bij veranderingen ons daarop aan te passen. Naast een uitleg van wat executieve functies zijn zijn er drie kernboodschappen in dit artikel. 1. Executieve functie vaardigheden zijn cruciale bouwstenen voor de vroege ontwikkeling van sociale en cognitieve capaciteiten. 2. Zowel verschillen in aard en tempo van ontwikkelingstrajecten als de invloed van substantiële tegenspoed kan bepalen hoe de ontwikkeling van executieve functies verloopt. 3. Specifieke op EF gerichte interventies lijken beperkte, korte termijn effecten te sorteren echter zonder generalisatie naar andere contexten.
Uitwerking
We bereiden het avondeten terwijl we tegelijkertijd onze kinderen helpen met hun huiswerk en aantekeningen maken over afspraken die we voor de week moeten inplannen. We herinneren ons de boodschap die onze buurman ons net gegeven heeft zodat we het kunnen opschrijven zodra we een pen vinden. We halen diep adem, in plaats van te toeteren, als de auto voor ons niet direct beweegt als het licht groen wordt. Als volwassenen zijn het onze capaciteiten om te multitasken, zelfbeheersing te tonen, zelfs meerstapsinstructies te volgen als we onderbroken worden, en om gefocust te blijven op wat we doen ondanks de altijd aanwezige afleidingen. Deze capaciteiten liggen ten grondslag aan het doelbewuste, doelgerichte gedrag dat nodig is voor het dagelijks leven en succes op school en in het werk. We hebben deze basisvaardigheden nodig.
We worden niet geboren met vaardigheden om impulsen te beheersen, plannen te maken en gefocust te blijven. We hebben wel mogelijkheden om deze vaardigheden te ontwikkelen. Deze vaardigheden vergen oefening in de praktijk en worden versterkt door de ervaring en ondersteuning die geboden wordt.
Executieve functies verwijzen naar een set vaardigheden die ons helpt te focussen op een gelijktijdige stroom van informatie, fouten te ontdekken, beslissingen te nemen op basis van beschikbare informatie, zo nodig plannen bij te stellen en de neiging om uit frustratie tot snelle acties te komen weten te onderdrukken. Het verkrijgen van de vroege bouwstenen voor deze vaardigheden is een belangrijke en uitdagende taak in de eerste kinderjaren. De mogelijkheid om deze vaardigheden verder uit te bouwen in de jaren erna is cruciaal voor een goede ontwikkeling.
In de literatuur worden drie executieve functies onderscheiden die samenwerken om tot goed doelgericht, planmatig handelen te komen.
1- Werkgeheugen is de vaardigheid om tijdens een korte periode informatie vast te houden en te manipuleren. Met deze vaardigheid kunnen we iets opruimen ook als we gestoord worden door een telefoontje, of ons herinneren of we het koffiezetapparaat hebben aangezet voordat we ons kind hielpen zijn jas te zoeken. Het helpt kinderen om een verhaal te begrijpen of een berekening met meerdere stappen succesvol af te ronden. Het helpt kinderen bij sociale interacties zoals een spelplan maken of beurt nemen en reageren in een groepsgesprek.
2- Inhibitie verwijst naar de vaardigheid waarmee we onze gedachten en impulsen hanteren en filteren zodat we verleidingen, afleidingen en gewoontes kunnen weerstaan, en kunnen pauzeren en denken voordat we handelen. Kinderen leren zo dat ze moeten vragen om samen te spelen in plaats van speelgoed af te pakken, of afleidingen te negeren en aan de taak blijven werken.
3- Cognitieve of mentale flexibiliteit is de vaardigheid om je focus te verleggen en je aan te passen aan veranderende eisen, prioriteiten of perspectieven. Het zorgt ervoor dat we verschillende regels kunnen hanteren in verschillende settingen. Cognitieve flexibiliteit kan ons helpen om onze aanpak aan te passen aan nieuwe informatie of iets vanuit een ander perspectief te beschouwen. Kinderen gebruiken deze vaardigheid om uitzonderingen op grammaticaregels te leren of verschillende strategieën te gebruiken als ze in conflict zijn met een ander.
Executieve functie (EF)-vaardigheden zijn cruciale bouwstenen voor de vroege ontwikkeling van sociale en cognitieve capaciteiten. Deze bouwstenen om informatie vast te houden en nieuwe informatie te gebruiken, aandacht te richten en impulsen te beheersen worden verkregen tijdens de vroege kinderjaren maar groeien door tot in volwassenheid. Executieve functies vormen de basis voor schoolrijpheid en schools succes. EF-vaardigheden ondersteunen het leerproces zodat kinderen in staat worden gesteld om leerinhouden te begrijpen en te beheersen. EF- vaardigheden bieden een basis voor zowel vroege schoolprestaties als sociaal-emotionele en morele ontwikkeling. Vroege individuele verschillen in EF-vaardigheden hebben gevolgen voor aanpassing en succes binnen en buiten het onderwijs en voor de relaties met anderen.
In de ontwikkeling van EF speelt de omgeving een rol in de vorm van relaties: kinderen hebben opvoeders nodig die hen ondersteunen in het gefaseerd begeleiden van gehele afhankelijkheid naar zelfregulatie. Uitdaging bieden die passend is voor de leeftijd en daarbij ondersteuning (scaffolding) bieden zodat kinderen kunnen oefenen en ervaring kunnen opdoen voordat kinderen iets zelfstandig kunnen doen is van belang. Kinderen die regelmatig sociale interacties ervaren die deze mogelijkheden bieden zijn beter in staat om afleidingen te weerstaan, hun gedrag en emoties te beheersen, inschikkelijk te reageren op verzoeken van volwassenen en doelgericht gedrag te vertonen tegen de tijd dat ze naar school gaan. Ook goed georganiseerde en voorspelbare omgevingen lijken bij te dragen aan de ontwikkeling van EF-vaardigheden.
Zowel verschillen in aard en tempo van ontwikkelingstrajecten als de invloed van substantiële tegenspoed zal bepalen hoe de ontwikkeling van executieve functies verloopt.
Negatieve omgevingen die het resultaat zijn van verwaarlozing, misbruik of blootstelling aan geweld kunnen de ontwikkeling van EF-vaardigheden beperken als gevolg van de verstorende invloed van toxische (giftige) stress op het zich ontwikkelende brein. De daaruit resulterende angst en stress beïnvloeden de ‘chemistry’ (bio-chemie) van de hersencircuits die betrokken zijn bij de ontwikkeling van EF-vaardigheden en beperken de specifieke neurale structuur die we nodig hebben om informatie vast te houden, ons gedrag te stoppen of problemen op een flexibele manier te benaderen. Chaotische en voor het kind onvoorspelbare omgevingen leiden ook tot slechtere zelfregulatie en impulscontrole. Kortom, stressvolle vroege omgevingen hangen samen met een minder goede ontwikkeling van het werkgeheugen, aandacht en inhibitievaardigheden. Kinderen behoeven responsieve en ondersteunende opvoeders die een voorspelbare omgeving creëren om EF-vaardigheden te ontwikkelen.
Naast de rol van de omgeving blijkt ook de sociaal-economische status (ses) van belang voor de EF-ontwikkeling. Kinderen uit lage ses-gezinnen maken een minder goede ontwikkeling van EF door dan hogere ses-kinderen, wat zichtbaar wordt zowel in hun uitvoering van EF-taken als in hersenonderzoek gericht op prefrontale functies. De reden voor dit verschil is de mogelijkheid om ervaringen op te doen die de ontwikkeling van deze functies bevorderen zoals leeftijdsadequate uitdaging en ondersteuning en voorspelbare omgevingen. Daarom is het van belang deze ondersteuning vroeg te bieden.
Specifieke op EF-gerichte interventies lijken beperkte, korte termijn-effecten te sorteren zonder generalisatie naar andere contexten.
De ontwikkeling van EF-vaardigheden kan gestimuleerd worden met specifieke methoden en training, met name voor aandacht en werkgeheugen. Er zijn op (laboratorium-gebaseerde) benaderingen of computerprogramma’s die met een stapsgewijs trainingsprogramma neurale circuits versterken die specifieke EF-vaardigheden en tevens intelligentie bevorderen. Deze methoden zijn nog niet getest bij kinderen in de voorschoolse periode. Bij die groep zijn wel gerichte voorschoolse interventies getest en die lijken te werken. Meestal werken ze met één van de volgende strategieën:
1.bevorderen van beginnende EF-vaardigheden als informatie vasthouden of aandacht richten; Het programma Tools of the Mind (in Nederland: de Kleine Kapitein) is een voorbeeld van een dergelijk programma, dat effecten bovenop die van een goed georganiseerde groep oplevert voor lage ses-kinderen. Naast effecten op EF-vaardigheden van kinderen (aandacht, betrokkenheid bij schoolse taken en impulscontrole), heeft het programma ook effect op de leeromgeving: meer preventieve gedragsmanagement, positiever emotioneel klimaat en rijkere geletterdheidsomgeving.
2 programma’s gericht op training en ondersteuning van professionals om effectieve groepsmanagement te hanteren (inclusief het belonen van gewenst gedrag en afleiden van negatief gedrag) in combinatie met een ggz-consultant die kan adviseren bij speciale behoeften van kinderen.
3. programma’s gericht op onderwijzers om model te staan voor en kinderen te begeleiden bij het tonen van pro-sociaal gedrag, sociaal probleemoplossingsvermogen, de vaardigheid om op constructieve wijze emoties te uiten en te begrijpen, en de vaardigheid tot impulscontrole en doelgericht gedrag te vertonen.
Tot slot gaat het artikel in op misvattingen rond EF: kinderen leren niet automatische EF- vaardigheden aan en als kinderen hierin achter lopen halen ze die achterstand niet vanzelf in. Kinderen met beperkte EF-vaardigheden zijn geen opzettelijk slecht gedragende kinderen die doelbewust samenwerking verstoren. Ze zijn simpelweg onbekwaam. Tot slot pogingen om EF-vaardigheden te versterken hebben een positieve invloed op ontluikende geletterdheid en gecijferdheid.
Center on the Developing Child at Harvard University (2011). Building the Brain’s “Air Traffic Control” System: How Early Experiences Shape the Development of Executive Function: Working Paper No. 11. http://www.developing.child.harvard.edu