Presentatie bij thema 3: educatieve proceskwaliteit en voorlezen
Enkele van de meegebrachte voorleesboeken
Op 2 april 2026 behandelde Cathy van Tuijl educatieve proceskwaliteit en voorlezen.
De centrale vraag:
Hoe stimuleren we het leren van kinderen aan de hand van interacties bij het voorlezen?
Snow: “Voorlezen is een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor leerervaringen: moet gevolgd worden door uitwerking in de concrete realiteit.”
Bij interactief voorlezen praten voorlezers voor, tijdens en na het voorlezen met de kinderen over het verhaal. Ze stellen bijvoorbeeld vragen over de gebeurtenissen en de personages in het verhaal. Daarnaast kunnen voorlezers kinderen uitnodigen om verbanden te leggen, zowel binnen het verhaal als daarbuiten. Verder kunnen ze nieuwe woorden introduceren in de voorleestekst of tijdens de interactie. (NKO Kennisrotonde).
De deelnemers hadden een voorleesboek meegenomen. Hierover kwam de vraag: Ga na voor jezelf wat voor type vragen je kan stellen bij het door jou gekozen boek? In hoeverre lokken die taaluitingen van de kinderen uit? Even later ook: welke rekenaspecten zou je bij jouw boek kunnen betrekken: Tellen, meten, ruimte en tijd?
Kinderen met een taalachterstand zijn gebaat bij meer taalaanbod, meer mogelijkheden om de taal te gebruiken en meer ondersteuning bij het begrijpen van de leerstof. Dit artikel, Taalstimulering bij taalachterstanden in de onderbouw, is terug te vinden bij Onderwijskennis.nl.
Voorlezen heeft ook een positief effect op de mondelinge taalvaardigheid, met vier aanbevelingen door Onderwijskennis.
Cathy ging tevens in op close reading, dat voor alle lezers geschikt is, van elke leeftijd. Ze deelde o.a. de link Inspiratieblog: Close reading bij kleuters? Zo doe je dat! – Kleuteruniversiteit. Dit werkt in drie stappen, waarbij de tekst drimaal wordt gelezen. Deze aanpak is gericht op tekstbegrip. Ze deelde de link naar ‘Misvattingen over Close Reading’ van Expertis Onderwijsadviseurs.
Voor rijke teksten verwees ze bijvoorbeeld naar de website rijketeksten.org van de Taalunie. En ze verwees naar de 4Ecognition-theorie: embodied, embedded, enactive en extended cognition.
Ze sloot af met een slide over ‘Zo maak je van interactief voorlezen een succes’:
Vooraf: verken de rijkheid van het boek en verbind aan lesdoelen. Bedenk tekstgerichte vragen.
1e lezing: Bekijk samen het boek en sta stil bij nieuwe woorden. Stel open vragen, daag kinderen uit actief na te denken over wat ze zien en horen
Bij 2e lezing: Stel extra vragen, verbind met eigen leefwereld en geef ze tips. Kijk samen aandachtig naar de plaatjes, herhaal de nieuwe woorden en laat kinderen uitbeelden, naspelen of tekenen
Bij 3e lezing: Ga dieper in op de inhoud met waarom en hoe vragen, betekenis tekst. Geef positieve feedback.