De overdracht kleuter-groep 3

Cathy van Tuijl schreef een bijdrage over de overgang van met name groep 2 naar groep 3 voor de nieuwsbrief van mei 2026

Foto: Unsplash.com

Het wordt zomer; tijd voor de overdracht. Er komen na de zomer nieuwe kinderen in groep 1 en onze groep 2 kinderen maken wellicht de overstap naar groep 3. Deze bijdrage gaat over de laatste groep. Juist met de doorgaande-lijn-bril op kan je kijken naar de wijze waarop gegevens binnen school worden overgedragen en al dan niet gebruikt.

Twee vragen staan centraal:

- Worden gegevens uit groep 1-2 daadwerkelijk gebruikt voor het volgende aanbod in groep 3?

- Wordt de overdracht geëvalueerd en waar nodig verbeterd?

Het is niet vanzelfsprekend dat (observatie-) gegevens uit groep 2 gebruikt worden. Sommige groep 3-leerkrachten beginnen liever met een schone lei (ook al diskwalificeren ze daarmee de inspanningen van de onderbouwleerkrachten). Soms zijn groep 3-leerkrachten wel geïnteresseerd in eind-groep 2 uitkomsten maar laten de gegevens zich niet zo makkelijk vertalen naar hetgeen voor groep 3 van belang is. Om tot een goed leerrendement te komen is het echter voor alle kinderen van belang goed aan te sluiten op de actuele ontwikkeling en vandaaruit de Zone van Naaste Ontwikkeling op te zoeken. Dat vraagt om goed onderbouwde overdrachtsgegevens die vervolgens ook gebruikt worden voor het aanbod in groep 3.

Het kan gebeuren dat een leerkracht van groep 3 toch een ander beeld krijgt van een kind dan uit de overdrachtsgegevens bleek. Dit is typisch een moment om in gesprek te gaan met de onderbouwleerkracht: is de situatie zo anders in groep 3 dat het kind ander gedrag laat zien dan in groep 2? Of heeft het kind ineens een grote sprong gemaakt in diens ontwikkeling, of is een bepaald aspect van gedrag of vaardigheden aan de aandacht van de onderbouwleerkracht ontsnapt? Als blijkt dat meer kinderen bepaald gedrag laten zien of vaardigheden ontberen dan uit de overdrachtsgegevens blijkt zou het gesprek moeten gaan over het aanbod in de onderbouw. Juist om kinderen een doorgaande lijn te laten ervaren verschuift didactisch de balans in de tijd van uitsluitend uitgaan van kindinitiatieven (peuters) via meer balans in kindinitiatief en leerkrachtsturing (kleuters) naar meer klassikaal onderwijs (groep 3 en verder). Een dergelijke geleidelijke overgang naar groep 3 voorkomt dat kinderen het onderwijs in groep 3 als een totale andere setting beleven. Dat betekent meer mogelijkheden voor spel in groep 3 maar ook meer leerkrachtsturing in groep 2.

Een casus om het belang van goede volggegevens en de overdracht ervan duidelijk te maken:

Een pabo-docent, rekenspecialist, krijgt van een mentor van een stagiaire de vraag eens mee te kijken naar de rekenresultaten van een groep 3-leerling. Deze leerling is zonder geregistreerde noemenswaardigheden overgegaan naar groep 3. De sommetjes die ze daar maakt leiden tot onverklaarbare uitkomsten. Het is alsof de uitkomsten volstrekt willekeurig zijn. Ook een gesprek met de leerling brengt geen helderheid. Terugredenerend blijkt deze leerling de stappen die nodig zijn om tot goed getalbegrip te komen nooit heeft bereikt. Dat roept de vraag op naar het beginnend rekenonderwijs in de onderbouw. Bij navraag blijken de groep 3-leerkrachten weinig met de onderbouw uit te wisselen. ‘Meestal gaat het goed.’ Uiteindelijk levert navraag op dat beginnende gecijferdheid weinig aan bod is geweest in de onderbouw, of alleen bij kinderen die daar uit zichzelf mee bezig waren. Het advies is met deze leerling terug te gaan naar de basis van het rekenen zoals die bij de start van groep 1 wordt aangeboden.

In de kleuterbouw kunnen belangrijke kennis en vaardigheden worden aangeleerd die voorwaardelijk zijn om in groep 3 goed en met zelfvertrouwen te kunnen starten. Willen we echt werk maken van een doorgaande lijn binnen de basisschool dan horen daar formele afspraken bij: wanneer, door wie en wat wordt er overgedragen. Wanneer en hoe evalueren we de overdracht: wat gaat er goed en wat missen we, bij welke groep kinderen (en ouders)? Goede contacten tussen onder- en middenbouw-leerkrachten zijn onontbeerlijk. Juist voor de kinderen is echter van belang dat ze pedagogisch, didactisch en educatief een drempelloze overgang ervaren van groep 2 naar groep 3.

Cathy van Tuijl, mei 2026

Wil je meer weten over de doorgaande lijn: bekijk dan de notitie daarover

Next
Next

Symposium 2027: woensdag 3 februari, Utrecht